Woensdag 8 juli 2020
Blijf op de hoogte en volg Jan Marten en Joke
09 Juli 2020 | Nederland, Oegstgeest
Toen ik vijftien, zestien jaar was, had ik een vriendinnetje met een hond. Tenminste: haar ouders hadden een hond, een langharige teckel, die wij frequent in de buurt uitlieten, nodig of niet nodig.
Ik kwam uit een kattengezin, maar ik stond niet negatief tegenover een hond: een teckel is niet zóveel groter dan een kat. We liepen niet met een sint-bernard.
Nu viel het me wel op dat een hond anders was. Een kat rook je niet, een hond kennelijk wel.
Als het regende en je kwam met de hond thuis, was het overduidelijk. Ik werd me er van bewust dat het hele huis de geur van het dier had aangenomen.
Hoe moet ik het omschrijven? Een vochtige mufheid, die langzaam maar zeker doordringt in je neus, je longen. Een geur die je, als je er geen deel van uitmaakt, het liefst zo snel mogelijk kwijt wil zijn. Een andere kant uitkijken, hard wegrennen, als het maar verdwijnt.
Ik meen mij te herinneren, dat zelfs mijn vriendinnetje op school na een flinke regenbui naar hond rook.
Nu fietsen Joke en ik al een paar dagen voornamelijk in onze regenkleding en we pakken onze spullen op de camping nat in en nat uit.
Vanmiddag zetten we de tent weer op en ik maakte alles, klam en vochtig, nachtklaar.
Toen moest ik ineens aan mijn vroegere vriendinnetje denken.
Gedver.
Natte hond.
Jan Marten
-
11 Juli 2020 - 23:55
Tamara Taylor-Veira :
Haha, leuk verhaal! Ik geniet van jullie stukjes.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley